• Gratis verzending v.a. €50,- (NL) en €65,- (BE)
  • Voor 17:00 besteld (ma-vrij), morgen in huis
  • Gratis retourneren
 

De Maratona dles Dolomites is de Elfstedentocht van de Dolomieten. Rijen dik staan de toeschouwers de 9000 deelnemers uit 40 landen aan te moedigen en het evenement wordt rechtstreeks uitgezonden op de Italiaanse zender RAI. Voor renners die geen Italiaans spreken kunnen de aansporingen vanaf de kant aanvankelijk vijandig lijken, maar wees gerust: ‘dai’ betekent ‘go’. De verbale hulp is meer dan welkom, want de belangrijkste Italiaanse Gran Fondo (cyclosportief) is een zware klus. De organisatie heeft om die reden de rit zo opgebouwd dat het na 55 kilometer, 4 passen en 1780 hoogtemeters mogelijk is om te stoppen en toch een medaille te krijgen voor de Sella Ronda. Deelnemers die doorrijden hebben twintig kilometer later nog de keuze om de middenafstand (106 km, 6 passen en 3090 hoogtemeters) of de totale Maratona dles Dolomites (138 kilometer, 7 passen en een hoogteverschil van 4190 meter) te doen. Die groep die voor het laatste kiest, beklimt ook de steilste berg van de dag, de Passo di Giau (9,9 km bij 9,3% gemiddeld). Zware sneeuwval op deze indrukwekkende piek zorgde er in 1989 voor dat de Maratona, die twee jaar eerder voor het eerst werd gehouden met 166 deelnemers, werd afgelast. 

De zeven passen die de renners in de eerste week van juli voor de kiezen krijgen, zijn niet alleen imponerend voor amateurfietsers, ook in de Giro d’Italia werden er beslissende gevechten geleverd. Zo verloor Erik Breukink er in de Giro van 1989 de roze trui en een kans op de eindzege. Als de Panasonic-kopman ooit de Ronde van Italië had kunnen winnen, was het dat jaar. In de twee edities ervoor was Breukink al derde en tweede geworden in het eindklassement en aan het begin van die bewuste dag had hij al een geruststellende voorsprong op naaste belager Laurent Fignon. Op 3 juni 1989 tijdens de veertiende etappe van Misurina naar Corvara in Badia leek er aanvankelijk ook weinig aan de hand. Breukink was onder meer de Passo di Giau en de Passo Pordoi (beide van 1e categorie en onderdeel van de Maratona) goed overgestoken, maar op de relatief eenvoudige Passo di Campolongo ging het mis. De klim van derde categorie, die twee keer is opgenomen in het Maratona-parkoers, was voor een ervaren man en uitstekende klimmer als Breukink normaalgesproken a walk in the park. Maar het was een steenkoude dag, Breukink droeg te weinig kleren en vergat op tijd te eten: hij kreeg een hongerklop. Hij zag zwarte sneeuw, werd ingehaald door niet-klimmers als Jesper Skibby en verloor op de Passo di Campolongo bijna zes minuten en de grote kans op de eindzege.

Wat de Passo di Campolongo (1875 meter) was voor Breukink, was de Passo Pordoi (2239 meter) voor Gino Bartali in de Giro van 1947. In gevecht met aartsrivaal Fausto Coppi vond hij er zijn Waterloo. De drievoudige winnaar van de Giro – twee voor en een na de Tweede Wereldoorlog – had ruim drie minuten voorsprong op Coppi, zijn vijf jaar jongere landgenoot. Met de Dolomieten in aantocht was Bartali gerust op de eindzege, de bergen waren immers zijn terrein. Maar door een eraf gelopen ketting en een flitsende demarrage van Coppi op de Passo Falzarego (de laatste klim in de Maratona, 2117 meter) moest Bartali op weg naar de Passo Pordoi in de achtervolging. De wisseling van de wacht was aanstaande, maar Bartali weigerde te capituleren en op de flanken van de Passo Pordoi, met stukken van 10%, werd het bloedstollend spannend. Bij zowel Il Pio (de Vrome, Bartali) als Il Campionissimo (de Kampioen, Coppi) liep de ketting er (nogmaals) af en ondanks steun van andere klassementsrenners zag Bartali het gat groeien. Op de top had Coppi 4 minuten voorsprong, aan de finish nog wat meer. Coppi pakte de eindzege voor Bartali en zou de Giro nog drie keer winnen. Ook in 1949 sloeg hij zijn slag op de Passo Pordoi, de meest beklommen berg in de Girogeschiedenis en het vaakst van alle bergtoppen het hoogste punt in de Ronde van Italië.

Voor deelnemers aan de Maratona dles Dolomites die een ode aan Fausto Coppi willen brengen, dat kan op de Passo Pordoi. Er staat in een van de 27 haarspeldbochten een monument ter nagedachtenis aan de kampioen die ook tweemaal de Tour won. Houd even in, of stap af, groet de meester en kijk ook even om je heen. Veel mooier dan op de top van Passo Pordoi wordt het leven niet. Viva la bicicletta!

Sportvoeding informatie

Waar kun je goed eten tijdens de Maratona dles Dolomites?

  • In de beklimming van de Pordoi
  • In de beklimming van de Passo Sella en bovenop
  • Op het vlakkere deel van de Passo Campalongo
  • Het tussen stuk richting de Colle Santa Lucia
  • Op de 2 bruggen tijdens de klim van de Giau en natuurlijk bovenop... Let op de tunnel in de klim is nog verradelijk steil
  • Het tussenstuk richting de Passo Falzarego (het laatste stukje naar de Passo Valparola is slechts 2km maar wel met 10%)
  • en daarna is het volle bak richting Corvara
TIP:De eerste 2 beklimmingen zijn erg druk. Probeer echter wel zo goed mogelijk te eten, terwijl je tussen de andere fietsers aan het zigzaggen bent. In de afdaling van de Pordoi... 2 handen aan het stuur. De Italianen gaan hard naar beneden. De overgang van de afdaling van de Pordoi naar de Passo Sella is een abrupte. Schakelen in de afdaling, bocht naar rechts en meteen klimmen!! 

In dit deel van de Maratona wordt het extra belangrijk om goed te blijven eten en drinken omdat je dan al langzaam moe begint te worden:

  • Het tussenstuk richting de Colle Santa Lucia. In dit stuk zitten nog best een aantal stukken klimmen in. In een groep fietsen in dit stuk is aan te raden. 
  • Het tussenstuk richting de Passo Falzarego